Verslag onderzoek transgender & religie

Binnen de verschillende religies en levensbeschouwelijke stromingen is transseksualiteit een moeilijk besproken onderwerp. Veel religieuze transseksuelen of transgenders komen daardoor in conflict met hun geloof en zichzelf. Om meer inzicht te krijgen in belemmeringen die transgenders op het religieuze vlak kunnen tegenkomen én in steun die zij aan het geloof kunnen ontlenen, heeft de werkgroep transgender, religie, levensbeschouwing en ethiek een onderzoek uitgevoerd.

Stichting T-Image heeft naar aanleiding van de T3 conferentie, de werkgroep transgender, religie, levenbeschouwing en ethiek opgericht. De werkgroep heeft o.a. tot doel de religieuze en levensbeschouwelijke beleving van transgenders in Nederland in kaart te brengen.

Het onderzoek laat zien dat het zeker niet vanzelfsprekend, maar ook niet in alle gevallen onmogelijk is om steun vanuit het geloof tijdens het proces te krijgen. Binnen het christelijke geloof, waar de meeste ondervraagden in zijn opgevoed, is vaak weinig openheid ten aanzien van sekseveranderingen of personen die zich niet geheel vrouw of geheel man voelen. Veranderingsprocessen worden soms ernstig vertraagd door de vaak afwijzende houding van geestelijk leiders. Sommige ondervraagden vinden uiteindelijk hun weg binnen het christelijke geloof of gaan met succes het gesprek aan met de kerk, anderen zoeken steun in spirituele stromingen als het boeddhisme. Het onderzoek laat het belang zien van meer dialoog en meer kennisopbouw over transgenders en religie. Het gehele onderzoeksverslag Een steun in de rug?, waarin veel citaten zijn opgenomen van betrokkenen, is hier te downloaden.

Als u geen Adobe Reader op uw computer heeft, download hier gratis het programma en installeer het op uw computer om dit document te kunnen raadplegen.

De werkgroep maakte tot december 2006 onderdeel uit van stichting T-Image. Voor meer informatie over de werkgroep transgender, religie, levensbeschouwing en ethiek kunt u vanaf nu direct contact opnemen met casemanager van de werkgroep Yvo M. Vas Dias Postma.

Met speciale dank aan dr. M. Distelbrink.